zaterdag 1 augustus 2009

Uitstap naar Ieper op 12 september a.s.

Iedereen uitgenodigd voor een busuitstap naar Ieper met o.a. een bezoek aan het In Flanders Fields museum.

Inschrijven voor 1 september door overschrijving van 15 euro
op rekening 737-0175638-14 van Dr. Geert De Rijcker- Kring Stekene

Programma: hier


Info bij:
Ivo De Cock 03 / 779 78 68
Astère Vaerewijck 03 / 779 80 80
Gilberte Geers 03 / 779 92 88

woensdag 15 juli 2009

maandag 13 juli 2009

11 juli: Feestrede door Volksvertegenwoordiger Barbara Pas

Morgen is het zover en vieren we de Vlaamse feestdag, de 707ste verjaardag van de Guldensporenslag, de historisch eerste overwinning van een volksbevrijdingsleger van infanteristen op een invasie van adellijke volksvreemde ruiterij. Meer dan drie kwart van alle Vlaamse steden en gemeenten organiseren evenementen en festiviteiten onder de noemer “Vlaanderen Feest”. Bart Herman en Mama’s Jasje mogen daar vanavond hier in Stekene gestalte aan geven. In Dendermonde is het dit weekend aan Raymond van het Groenewoud en The Magical Flying Thunderbirds om voor sfeer te zorgen. Allemaal heel amusant, maar de vraag is of de Vlamingen nog wel weten waarom we feest vieren. Bij de aankondiging en affiches van de “Vlaanderen feest”-activiteit in Dendermonde moet je alleszins met een vergrootglas zoeken dat het eigenlijk ter gelegenheid van 11 juli is. Gelegenheidstoespraken, die wat duiding zouden kunnen geven, worden door vele officiële instanties maar al te vaak het liefst achterwege gelaten. Wellicht is men bang voor wat te radicale woorden of uitlatingen die de sfeer zouden kunnen bederven.
Gelukkig zijn er nog tal van verenigingen, zoals de Geert De Rijcker - Kring die 11-juliactiviteiten organiseren en weldegelijk weten waarom we samen onze Vlaams nationale feestdag vieren en herdenken. En zo hoort het ook: vieren, herdenken en vooruit kijken. 11 juli is een moment om terug te blikken en om al degenen die zich hebben ingezet voor een beter en zelfstandig Vlaanderen te herdenken. Ik ben blij dat ik dat vandaag in Stekene mag doen, de gemeente waar het Erepark ligt. De geboorteplaats van Frans van Brussel, het “Boerke” van Brussel, die als eerste een Nederlandstalige agenda van de Kamer van Volksvertegenwoordigers liet typen. De gemeente van Dr. Geert De Rijcker en Fons D’Hollander aan wie we zojuist hulde hebben gebracht en van de Dinaso’s Kamiel De Wilde, Emiel Van Doorselaer en Jef Mels. Het is belangrijk om niet te vergeten. Het is belangrijk dat onze voorvechters niet alleen worden herdacht door degenen die hen persoonlijk hebben gekend, maar ook door de jongere generatie. Wij moeten een voorbeeld nemen aan hun strijdlust, hun rechtlijnigheid en hun leeuwenhart.
Een moment dus om terug te blikken, maar vooral om vooruit te kijken. En dan wil ik verder vooruit kijken dan het nieuwe Vlaamse regeerakkoord. Want dat is een rood regeerakkoord met veel eenmalige maatregelen, maar nauwelijks globale visie. Een regeerakkoord waar met de afschaffing van de jobkorting en de invoering van het rekeningrijden verkapte belastingverhogingen in zitten verscholen. Een regeerakkoord met snoepjes voor de regeringspartijen zoals de Vlaamse kinderbijslag en extra tramlijnen in elke provincie. Maar vooral een regeerakkoord zonder communautaire ambitie, zonder de gepredikte Vlaamse revolutie waarbij België onder curatele zou worden gesteld, buiten de lijntjes zou worden gekleurd en er een assertief Vlaams beleid zou worden gevoerd. Een regeerakkoord zonder splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Hoewel dat dossier zowel voor de verkiezingen van 2004 als die van 2007 een breekpunt was. Herinner u de loze belofte dat men in 2004 niet in de Vlaamse regering zou treden zonder splitsing. Het enige dat ondertussen gesplitst is, is het kartel. De dringend noodzakelijke staatshervorming wordt onverwijld op de lange baan geschoven. Van de Vlaamse regering moet men dus niet onmiddellijke stappen richting de Vlaamse onafhankelijkheid verwachten. Helaas zal het initiatief voorlopig ook niet van het federale niveau komen. Herman van Rompuy zijn voornaamste opdracht is momenteel: de moeilijke klus om zijn federale ploeg bij mekaar te houden. Dat lukt door vooral niets te doen en alles waar men het niet over eens geraakt ,uit te stellen. Eerst was dat uitstel omwille van de bankencrisis, dan uitstel tot na de verkiezingen en nu al die uitvluchten op zijn, blijft men alles toch verder op de lange baan schuiven: zowel de staatshervorming, als het asielbeleid, als een deftige begrotingsopmaak. Inzake B-H-V liet de premier gisteren droogjes weten dat dat pas in de lente van 2010 opnieuw behandeld wordt. Ik overdrijf als ik zeg dat ze het over niets eens zijn. Er zijn uitzonderingen. Al zijn die meestal totaal nutteloos, zoals bvb. een resolutie om de Paus te veroordelen voor zijn condoomuitspraken. Geef toe, daar liggen de Vlaamse burgers zeker wakker van !!!
Nog zo’n uitzondering waar wel een akkoord over bereikt werd is onze alom geliefde koninklijke familie. U weet wel, die familie die de belastingbetaler meer dan 13,8 miljoen euro kost aan jaarlijks terugkerende dotaties en sommen uit de civiele lijst. Vorig jaar, terwijl de bevolking te kampen had met groot koopkrachtverlies, kwam er gemiddeld al 5,3% bij de royale dotaties bij. Herinner u de “indexeringen” van 800 000 euro en enkele maanden later nog één van 373 000 euro. Dat zijn ‘indexen’ waar de naar koopkracht zoekende burger alleen maar kan van dromen.
De verontwaardiging bij de bevolking was, terecht, groot, toen in november vorig jaar, op de dag van de dynastie, nog maar eens een opslag van 6% werd aangekondigd. Met die ferme opslag zouden de uitkeringen voor Albert, Fabiola, Flupke, Astrid en voor de 12de in lijn voor troonopvolging, prins Laurent, dubbel zo snel stijgen als die van de werkende onderdanen. Na een grote golf van verontwaardiging zag de regering zich genoodzaakt om in te grijpen: niet om het onrechtvaardige systeem ten gronde aan te passen, ook niet om het dotatiesysteem eindelijk transparant en doorzichtig te maken, maar wel om dringend een zoethoudertje te vinden voor de verontwaardigde bevolking. Een eerste zoethoudertje werd gevonden met een wetsontwerp dat ervoor zorgt dat de bedragen van de civiele lijst en de dotaties niet meer stijgen op basis van de index van de consumptieprijzen, maar voortaan gekoppeld zijn aan de gezondheidsindex.
De enige tegenstem tegen dit ontwerp kwam van het Vlaams Belang. LDD heeft zich onthouden “want het is toch een stap in de goede richting”. Wel ik kan u zeggen dat op dat moment, ten tijde van dalende olieprijzen, de dotaties met toepassing van de gezondheidsindex minstens zo hoog zijn dan op basis van de volledige index en waarschijnlijk zelfs hoger. De stelende eksters van Laken konden dus zelfs blij zijn met de aanpassing, Als tweede zoethoudertje zou een werkgroep in de senaat zich buigen over de dotaties. Het resultaat van die werkgroep blijkt nu, 8 maand later, ronduit beschamend. De Franstaligen zijn er niet toevallig uitermate enthousiast over. De Saksen -Coburgers hoeven zich absoluut geen zorgen te maken dat aan hun royale inkomen in de nabije toekomst zal geraakt worden. Tot het aantreden van een nieuwe vorst verandert er helemaal niets. Het huidige systeem wordt vanaf de volgende koning zelfs uitgebreid, aangezien dan ook de overlevende echtgenote van de vermoedelijke troonopvolger een jaarlijkse dotatie zal ontvangen. In de toekomst is de dotatie dus voor de vermoedelijke troonopvolger. Wie zou dat trouwens zijn, die vermoedelijk troonopvolger? Wat als Flupke geen koning wordt? Wie wordt het dan wel? Zijn dochter Elisabeth of toch maar zus Astrid? En wat betekent dat dan voor de dotatie van Elisabeth? Moet er dan geld teruggestort worden? ’t Zou me niets verbazen als ze in Laken alle kinderen om de beurt als troonopvolger aanduiden, kwestie dat ze alle royale dotaties zeker behouden. Het zou toch zoveel transparanter en eenvoudiger zijn om de dotaties aan Flupke, immo- Laurent, Astrid en het Spaanse Spook tot nul te herleiden. Afschaffen die handel, en als het even kan, heel de Belgische monarchie erbij!
Vlaamse Vrienden, Ik heb beloofd dat ik verder vooruit wil kijken dan het Vlaamse regeerakkoord en het “stilstaan in moeilijke tijden” van de huidige federale regering. De regeringscrisissen van de voorbije jaren hebben meer dan ooit duidelijk gemaakt dat er geen Belgische oplossing meer mogelijk is. De enige oplossing om uit de totale impasse te geraken is de boedelscheiding. Dat zullen de meeste Vlamingen intussen wel begrepen hebben.
De Belgische staat is onbestuurbaar en de kansen op Vlaamse onafhankelijkheid waren nog nooit zo groot. Vlaamse onafhankelijkheid, door het Vlaams Belang op de politieke agenda gezet, is geen doel op zich, maar een noodzaak, de enige mogelijkheid om aan de Vlaming welvaart, welzijn en een thuis te kunnen garanderen. Vlaamse kinderbijslag en een Vlaamse ziekteverzekering zijn slechts een druppel op een hete plaat en zelfs hiervoor is er in Vlaanderen binnen een Belgische context geen geld, want de Belgische federale begroting moet door Vlaanderen in evenwicht gehouden worden. In een onafhankelijk Vlaanderen, lidstaat van Europa, zullen we niet meer bestuurd worden door politici waar we zelf nog niet eens kunnen voor stemmen. Een vrij Vlaanderen zal zelf een eigen en duidelijk inburgeringbeleid kunnen voeren zowel in zijn grensgebied als in zijn grote steden. Een vrij Vlaanderen zal zich door buitenstaanders als de PS niet meer moeten laten verdelen en zal over de nodige homogeniteit beschikken om een aanvaardbare oplossing te bieden aan de samenlevingsproblemen waarmee we vandaag te kampen hebben. Een vrij en onafhankelijk Vlaanderen zal zelf alle hefbomen in handen hebben om zich voor te bereiden op de uitdagingen van de toekomst. Deze vrijheid was het streefdoel van onze Vlaamse steden in 1302. Deze vrijheid was het streefdoel van al onze Vlaams -nationale voorvechters. Deze vrijheid en rechtvaardigheid is ook vandaag nog steeds ons hoogste doel. Daarom vieren we samen op 11 juli onze Vlaamse nationale feestdag.
Ik wens u allen een gelukkige feestdag!

Barbara Pas, 10 juli 2009.

11 juli: Toespraak bij het graf van Geert De Rijcker

Goede vrienden, Vlaams- Nationalisten,
69 jaar geleden overleed Dr. Geert De Rijcker. Bij het afscheid getuigde volksvertegenwoordiger Jan Seghers over de afgestorvene het volgende: “Geert De Rijcker had een taaie wilskracht, was recht op de man af en stak zijn mening niet onder stoelen of banken; hij was eerlijk en trouw als de beste der kameraden. Hij had een afschuw voor compromissen en was voor de jongeren de onkreukbare voorman geworden”. Het was de geest van Rodenbach die ons samenbracht, getuigde prof Van Houtteghem over Dr. Geert De Rijcker: “Mijn rotsvaste overtuiging heb ik gedeeltelijk aan u te danken; de onvoorwaardelijke radicale zienswijze in Vlaams opzicht, daarvan hebt gij in elk geval de kiem gelegd. Beide ontsproten mij aan de aloude Vlaamse studentenbeweging; beiden hadden wij onze collegejaren doorgemaakt in de geest van de Blauwvoeterij en Rodenbach.” Rodenbach werd door Verschaeve omschreven als de Siegfried van Vlaanderen. Hij riep Vlaanderen wakker: “Weg met de lauwaards! Ons behoort het Noordzeestrand”. Met Rodenbach is het alles of niets. “Want men beredeneert niet met het hart “,zegt Cyriel Verschaeve ,die een vurig bewonderaar was van Rodenbach. Alles roept het; en ’t hart weet wat goed is. God zegent het “alles” van ’t hart. Vlaanderen kan niet openbloeien in België. En wat niet openbloeit ,sterft. Maar Gods wil gaat voor alles: Vlaanderen moet openbloeien: Alles voor Vlaanderen en Vlaanderen voor Christus. Het is in die geest van Rodenbach dat wij Dr. Geert de Rijcker herdenken, geen lauw zoetwatergedoe, geen eerloze compromissen maar een radicale koers die ons moet bevrijden van het Belgisch juk. Met deze radicale opstelling verkeren wij in goed gezelschap; zei Christus niet dat hij de lauwen zal verwerpen ? Wie zijn wij dat wij Hem zouden tegenspreken?

11 juli - viering Stekene 10 juli 2009

donderdag 18 juni 2009

11 Juli viering 2009

Traditiegetrouw vieren wij ook dit jaar de Vlaamse feestdag.
Iedereen uitgenodigd op vrijdag 10 juli om 11 uur.

Gastspreker: Barbara Pas.

Uitnodiging: hier

zaterdag 4 april 2009

Ivo de Cock 70 jaar

De fototentoonstelling "Dolen door het land van Reynaert"
Tentoonstelling 70ste verjaardag
was een overrompelend succes. Meer dan honderd aanwezigen kwamen Ivo gelukwensen met zijn zeventigste verjaardag en bewonderden ook zijn mooie fotoreeks . Er was zelfs een olijkerd die Ivo geluk wenste met zijn eerste zeventig jaar. Onze penningmeester, Astère Vaerewijk, ging in dezelfde stijl door in een gedicht met als titel: jeugd. De jeugd is geen periode van het leven, ze is gesteldheid van de geest, een vrucht van de wil, een kwaliteit van de verbeelding”, enzovoort. Dan was er het levensverhaal van Ivo gebracht door onze secretaris, Gilberte Geers. Uit dat verhaal konden wij vernemen dat Ivo op de barricaden en aan de wieg stond van het Algemeen Boerensyndicaat. Ook kwamen wij te weten dat Ivo veel boeken las in zijn jeugd, geen romannetjes, maar zware kost. De oude Grieken, Plato en Aristoteles waren voor hem als het ware dagelijkse kost. Bij de Romeinen was het Cicero die op de bovenste plank lag. Opmerkelijk, Ivo las deze klassiekers op zestienjarige leeftijd en zij hebben hem voor een groot deel gevormd. Rudi De Boever deed niet onder in lofbetuigingen voor de jarige en bedacht hem met een geschenkbon van eethuis de Straffe Kost. De inleiding van de fototentoonstelling werd ten slotte verzorgd door Alain Cleyman. De fotografie van Ivo, aldus de spreker, nodigt onvermijdelijk uit tot poëzie. Elke foto is poëtisch, refereert naar het buikgevoel dat je ook terugvindt in de klassieke poëzie van Van Wilderode, de meer experimentele poëzie van Paul Snoeck; de fotografie van Ivo de Cock ademt poëzie, is poëzie. Daarom is de fotografie van Ivo de Cock kunst, geen cloacakunst maar echte kunst die je naar de keel grijpt, kunst met een hoofdletter. Daarna was het tijd om de hongerigen te voeden en de dorstigen te laven. Dat is nog altijd een werk van barmhartigheid. Hector van Oevelen, hofdichter van Pallieter , zag dat het goed was en gaf zijn goedkeurende zegen over het gebeuren. De volledige spreekbeurten vindt de lezer in volgorde hieronder.

Ivo De Cock 70 jaar (1)

Toespraak door Alain Cleyman

“Dolen door het land van Reynaert”

Dames en Heren ,Prominenten, Beste Ivo en Yvonne, Laat me vooreerst U hartelijk bedanken voor de eer die U mij vandaag gunt om deze fototentoonstelling onder de titel “Dolen door het land van Reynaert” in te leiden. Het moet in 1966 geweest zijn, of was het 1967, ergens in augustus of september. Eén van mijn oudste herinneringen: mijn vader zat aan de grote tafel, knipte smalle bruine strookjes in kleine stukjes, stak ze tussen 2 kleine glaasjes en ’s avonds keken we “naar de dia’s”, geprojecteerd op een groot wit scherm. Gewoonlijk moesten ze nog eens worden omgedraaid want “ze zaten verkeerd”. De dia’s van de zorgeloze vakanties aan zee, de foto’s van de reizen naar de bergen, de foto’s van de eerste stapjes van zoon of dochter, de foto’s van de communie, het verjaardagsfeestje, … we bezondigen er ons allemaal aan. Soms kiezen we voor een vakman, de trouwfoto’s. We willen herinneringen aan vroeger vasthouden, koesteren, terugkeren naar hetgeen was: het goede, het leuke, het mooie, het esthetische. De huis- tuin- en keukenfotografie is zo ontwapenend, zo echt, zo puur want … zo liefdevol. Daarnaast staat de portretfotografie. Ik denk onmiddellijk aan één van de Vlaamse giganten, vaak vergeten: Willy Kessels. Wie kent niet de zogenaamde Memlincfoto van Joris Van Severen ? Onvermijdelijk verwijlen onze gedachten naar Nestor Gerard, dé fotograaf van de Vlaamse Beweging en auteur van één van de meest ontroerende foto’s uit onze Beweging, Dr. Borms aan het sterfbed van Berten Fermont. Ontelbaar zijn de portretfoto’s die hij gemaakt heeft. Zij getuigen van een directheid, een levendigheid die je enkel kan bereiken als je je object, de gefotografeerde tegemoetkomt met de echtheid die de fotograaf kenmerkt, als je je object liefdevol benadert. Ook de echte natuurfotografie getuigt van liefde voor het object, van heel veel respect voor zijn object. De natuurfotograaf gaat naakt naar zijn object, enkel gekleed, beschermd door één technisch element: de camera. Hij gebruikt geen trucs, geen geheimen, geen speciale effecten alleen zijn oog, zijn observerend oog, zijn spiedend oog, zijn ooglens die één wordt met de fotolens. Hij gebruikt geen studio, geen lampen, geen hulpmiddelen, … De natuurfotograaf gebruikt de oerelementen: de aarde, het water, het licht van de lucht en het vuur van de zon. Hij observeert deze oerelementen en visualiseert ze voor zichzelf om ze vervolgens vast te leggen op pellicule, te behouden, te bewaren voor de toekomst, in één enkel ogenblik, in één enkel klik-ogenblik. De naakte natuurfotograaf en de naakte omgeving worden één, versmelten tot één statisch en toch evoluerend beeld dat foto wordt, neen, dat veel meer wordt dan foto: dat beeld dat monument wordt. Een beeld dat eert en vereert. Beide elementen, het eren en vereren, vinden we ontegensprekelijk terug in het werk van Ivo De Cock dat hier vandaag wordt tentoongesteld. Ivo is een kind van zijn streek, zijn Vlaanderen, zijn Waasland, zijn Stekene. Hij eert zijn land want “daar is maar één land dat zijn land kan zijn”. Of om het met de woorden van Cyriel Verschaeve te zeggen:

Ik kan niet anders dan één en enig zijn in mijn liefde

Ivo De Cock houdt van zijn land en benadert het onbevangen, liefdevol en naakt,
enkel beschermd door zijn camera. Ivo geeft zichzelf bloot in het eer bewijzen aan zijn land. Hij vereert zijn land, hij toont het mooie, het schone in zijn land, van zijn streek, van “le plat pays qui est le mien”, dat ons “plat pays” is. Of zoals Anton Van Wilderode schreef: “In vierkante vakken van gras van zwetende zwarte aard met akkers en uiterwaden ligt het Waasland waterpas.” Ivo kan niet anders dan zijn land weergeven, tonen, want opnieuw met de dichter Van Wilderode:

Ik ben om het even wie Maar ik adem mijn eigen aarde

Ivo is niet in het thans geografisch beperkte Waasland gebleven; Oost-Zeeuws-Vlaanderen maakt immers met het Land van Waas en meer bepaald de Wase Scheldepolders één geofysisch geheel. Trouwens, de grens tussen Waas- en Nederland zou nooit een scheidingslijn hebben getrokken in het prachtige gebied tussen Schelde en Durme indien in de 17e eeuw er niet de strategie van Alexander Farnese en die van Prins Maurits was geweest die na 1585 de Scheldedelta in de handen van de Staatsen wilde houden.“’t Is te kleene om gedheelt te blijven”. Was het Gezelle of wie ? Maar daardoor zijn zowel Zeeuws-Vlaanderen als het Waasland excentrisch gelegen randgebieden gebleven en zijn wij ons naar het woord van de Prins der Vlaamse letteren, Filip De Pillecijn “mensen achter de dijk” gaan noemen. Het is het land van de “mensen achter de dijk” dat Ivo behoudt, eert en vereert. Ivo slaagt erin om door zijn oog een hele wereld, onze wereld, ons land te waarderen, de waarde van zijn land te bevestigen en het een meerwaarde te geven door dat schone beeld van zijn land, zijn streek liefdevol te benaderen, te omhelzen, te fixeren en vast te leggen voor de toekomst. De foto-kunst van Ivo herleidt ons - de toeschouwer - tot de kijker; wij zijn niet meer de “heersers der aarde” uit het studentikoze Zeeroverslied. Neen, hij herleidt ons op onze beurt tot onze essentie, hij laat ons naakt worden t.o.v. ons land. Of om het met de woorden van die andere grote Wase dichter Paul Snoek te zeggen:

Wij zijn bedelaars die naar de sterren kijken en goedkoop begraven worden ergens in de dag

We zijn tijdelijk, klein t.o.v. de natuur, tegenover ons land. Ivo De Cock toont ons de grootsheid van ons land en tegelijkertijd onze kleinheid. Het land zal blijven maar ook “een volk zal nooit vergaan” want geen land zonder volk en geen volk zonder land. De fotografie van Ivo nodigt onvermijdelijk uit tot poëzie. Elke foto is poëtisch, refereert naar het buikgevoel dat je ook terugvindt in de klassieke poëzie van Van Wilderode, de meer experimentele poëzie van Paul Snoeck; de fotografie van Ivo De Cock ademt poëzie, is poëzie. Daarom is de fotografie van Ivo De Cock kunst, zuivere kunst, geen cloacakunst maar echte kunst die spreekt en aanspreekt, zonder woorden, met woorden, kunst die je naar de keel grijpt, kunst met een hoofdletter. In de stellige overtuiging dat de kwaliteit van de fotografie van Ivo De Cock recht evenredig is met zijn liefde tot zijn land en zijn volk, verklaar ik met heel veel genoegen deze tentoonstelling voor geopend. Dank U.